ECLI:NL:CBB:2021:1026

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
30 november 2021
Publicatiedatum
24 november 2021
Zaaknummer
20/127
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:51a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over verzoek tot verlenging hersteltermijn bestuurlijke lus

In deze tussenuitspraak behandelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven het verzoek van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de termijn voor het herstellen van gebreken in een eerder bestreden besluit te verlengen. Deze termijn was oorspronkelijk gesteld op uiterlijk 23 november 2021.

De minister verzocht om een verlenging van zes weken vanwege organisatorische redenen en gaf aan dat de behandeling van de nieuwe beslissing op bezwaar niet de nodige aandacht had gekregen. Tevens was er overleg met appellante, die akkoord ging met het uitstel.

Het College overweegt dat verlenging van de hersteltermijn slechts in bijzondere gevallen wordt toegestaan en dat het verzoek voldoende gemotiveerd moet zijn. Gezien de organisatorische aard van het verzoek acht het College dit onvoldoende overtuigend. Desondanks wijst het College het verzoek deels toe en stelt een nieuwe uiterste datum van 7 december 2021 voor het herstel van de gebreken. Verder worden beslissingen aangehouden.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de hersteltermijn wordt beperkt toegewezen met een nieuwe uiterste datum van 7 december 2021.

Uitspraak

tussenuitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/127

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 30 november 2021 in de zaak tussen

[naam] B.V., te [woonplaats] , appellante

(gemachtigde: H.R. Hochstenbach),
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. S.F. Somer).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
Tata Steel IJmuiden B.V., te Velsen-Noord.
(gemachtigde: R. Boulonois)

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 31 augustus 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:846) heeft het College verweerder opgedragen om binnen uiterlijk twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen dan wel een nieuw besluit te nemen.
Bij brieven van 9 november 2021 en 11 november 2021 heeft verweerder het College verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn met zes weken te verlengen.

Overwegingen

1. Verweerder heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die het College hiervoor heeft gesteld in de eerste tussenuitspraak, te weten uiterlijk 23 november 2021.
2. De reden waarom verweerder het College verzoekt om verlenging van de termijn is dat de behandeling van de nieuwe beslissing op bezwaar intern niet de aandacht heeft gekregen die de zaak verdiende. Daarnaast geeft verweerder aan contact te hebben opgenomen met appellante, waarbij hierover telefonisch uitleg is gegeven en waarbij appellante heeft medegedeeld akkoord te zijn met een verzoek om uitstel.
3. Het College overweegt als volgt. Slechts in bijzondere gevallen willigt het College zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Van de bevoegdheid om de termijn voor herstel van de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te verlengen dient terughoudend gebruik te worden gemaakt. Het verzoek om verlenging moet daarom (voldoende) zijn gemotiveerd. Het College verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht en de uitspraak van het College van 4 augustus 2015 (ECLI:NL:CBB:2015:284). Verweerder heeft onvoldoende overtuigend gemotiveerd dat een verlenging van de hersteltermijn zoals verzocht geboden is. Het College ziet geen aanleiding om mee te gaan in het verzoek om verlenging, dat is ingegeven door beweegredenen van organisatorische aard. Het verzoek zal – gelet op het feit dat inmiddels de oorspronkelijke termijn is verstreken – daarom in beperkte mate worden toegewezen, in de zin dat verweerder tot uiterlijk 7 december 2021 de tijd krijgt om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen dan wel een ander besluit daarvoor in de plaats te nemen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak.

Beslissing

Het College:
- wijst het verzoek toe en draagt verweerder op om uiterlijk 7 december 2021 de gebreken in het bestreden besluit te herstellen dan wel een ander besluit daarvoor in de plaats te nemen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, mr. J.L. Verbeek en mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van mr. M.H. van Kersbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 november 2021.
De voorzitter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.