ECLI:NL:CBB:2021:1066

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
20/996
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:3 AwbArt. 7:1 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid tegen algemeen verbindend voorschrift Regeling mondzorg

Op 1 juli 2020 publiceerde de Nederlandse Zorgautoriteit de Regeling mondzorg, een algemeen verbindend voorschrift dat regels bevat voor zorgaanbieders omtrent registratie en declaratie van geleverde prestaties. Appellant maakte bezwaar tegen artikelen 4 en 5 van deze regeling, maar dit bezwaar werd door de verweerster op 30 september 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting op 1 november 2021 was appellant afwezig; verweerster werd vertegenwoordigd door meerdere gemachtigden. Het College overwoog dat de Regeling mondzorg als algemeen verbindend voorschrift kwalificeert, waardoor bezwaar en beroep daartegen niet mogelijk zijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de inhoudelijke bezwaren werden niet behandeld. Verweerster hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 december 2021.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van bezwaar tegen de Regeling mondzorg is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 20/996

uitspraak van de meervoudige kamer van 14 december 2021 in de zaak tussen

[naam 1] , te [plaats] , appellant,

en

de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster

(gemachtigde: mr. A. Zelle).

Procesverloop

Op 1 juli 2020 heeft verweerster de Regeling mondzorg (NR/REG-2108) gepubliceerd in de Staatscourant.
Bij besluit van 30 september 2020 (bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellant tegen (de artikelen 4 en 5 van) de Regeling mondzorg niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2021. Appellant is zonder bericht niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .

Overwegingen

1. Verweerster heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de Regeling mondzorg een algemeen verbindend voorschrift is, zodat daartegen geen bezwaar kan worden gemaakt.
2. Appellant heeft in beroep zijn inhoudelijke bezwaren tegen (de artikelen 4 en 5 van) de Regeling mondzorg herhaald.
3. Het College is het met verweerster eens en verwijst naar zijn uitspraak van 7 december 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:425), in het bijzonder naar wat het College heeft overwogen in 5.1. De Regeling mondzorg bevat algemene regels die zorgaanbieders die onder de reikwijdte van de regeling vallen, in acht moeten nemen bij onder meer het registreren en declareren van geleverde prestaties. De regeling moet daarom worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van artikel 8:3, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan daartegen geen beroep worden ingesteld en op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb kan daartegen dus ook geen bezwaar worden gemaakt.
4. Dit betekent dat het College het beroep ongegrond moet verklaren. De inhoudelijke bezwaren van appellant kunnen daarom in dit geding niet aan de orde komen.
5. Verweerster hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. J.L. Verbeek en
mr. M.C. Stoové, in aanwezigheid van F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. F.L. van Haeften