ECLI:NL:CBB:2021:108
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht wegens ontbreken individuele en buitensporige last
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, betoogde dat het fosfaatrechtenstelsel haar ongestoord genot van eigendom aantast en dat sprake is van een individuele en buitensporige last vanwege investeringen in een jongveestal en mestopslagput. Tevens voerde zij aan dat het stelsel niet noodzakelijk is volgens de Nitraatrichtlijn en dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de Europese Commissie het stelsel heeft goedgekeurd als milieusteun die verenigbaar is met de interne markt. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd waarom het bestreden besluit motiveringsgebreken zou bevatten.
Ten aanzien van de individuele en buitensporige last heeft appellante niet concreet aangegeven waarin de motivering van het besluit tekortschiet en heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat het stelsel haar in bijzondere mate treft. De bewijslast hiervoor ligt bij appellante. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenbesluit is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een individuele en buitensporige last.