ECLI:NL:CBB:2021:123
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrechten op grond van de Meststoffenwet
Appellante exploiteert een melkveehouderij en betwist de vaststelling van haar fosfaatrechten door verweerder op grond van de Meststoffenwet. Zij voert aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het fosfaatrechtenstelsel en dat het stelsel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het een individuele en buitensporige last oplegt. Tevens stelt zij dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
Het College overweegt dat het stelsel van fosfaatrechten verenigbaar is met de Nitraatrichtlijn en het EVRM, verwijzend naar eerdere uitspraken. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een individuele en buitensporige last draagt. Het College benadrukt dat ondernemersbeslissingen inherent risico's met zich meebrengen en dat appellante de gevolgen van haar investeringen zelf moet dragen. De investeringen en uitbreidingsplannen van appellante zijn niet navolgbaar, mede gezien de afschaffing van het melkquotum en de waarschuwingen omtrent productiebeperkende maatregelen.
Verder is niet gebleken van een bedrijfseconomische noodzaak voor de uitbreiding en is de uitbreiding deels gerealiseerd met toegekende fosfaatrechten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.