Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 2] B.V., te [plaats 2] . appellanten
(gemachtigde: mr. B.J.B. Boersma),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de weigering van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) centraal om partijen kippenvlees uit Brazilië, besmet met salmonella, toe te laten tot de Europese Unie. Appellanten verzochten om een speciale hittebehandeling van het vlees, hetgeen door NVWA werd geweigerd op grond van Richtlijn 97/78/EG die de veterinaire controles regelt.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de enige toegestane maatregelen bij niet voldoen aan de invoervoorwaarden het terugzenden of vernietigen van het product zijn, en dat de speciale behandeling zoals bedoeld in Verordening 882/2004 niet van toepassing is. Appellanten voerden aan dat de Europese Commissie in een e-mailcorrespondentie een andere uitleg gaf en dat de latere Verordening 2017/625 een hittebehandeling mogelijk maakt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde de rechtbankuitspraak. Het overwoog dat de veterinaire controles onder Richtlijn 97/78/EG vallen en dat deze richtlijn specifieke bepalingen bevat die niet worden gewijzigd door Verordening 882/2004. De Verordening 2017/625 vervangt Richtlijn 97/78/EG pas vanaf 14 december 2019 en is daarom niet van toepassing op de casus. De e-mailcorrespondentie levert geen aanleiding tot een andere interpretatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van invoer van het verontreinigde kippenvlees wordt bevestigd.