ECLI:NL:CBB:2021:202
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag MIT-haalbaarheidsproject wegens onvoldoende vertrouwen in financiering en capaciteiten
Appellante diende op 9 april 2019 een subsidieaanvraag in voor een MIT-haalbaarheidsproject. De minister wees deze aanvraag op 14 mei 2019 af wegens onvoldoende vertrouwen dat appellante het project kan financieren en uitvoeren, gebaseerd op artikel 23, aanhef en onder a en g, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies. Appellante stelde dat de afwijzing onterecht was en dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar aanvraag aan te vullen, wat in strijd zou zijn met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het College overwoog dat het de verantwoordelijkheid van appellante is om een volledige en juiste aanvraag in te dienen, inclusief voldoende informatie over haar financiële situatie en capaciteiten. Het projectplan bevatte onvoldoende gegevens over de financiering en de organisatorische capaciteiten, zoals expertise en markten. De door appellante overgelegde diploma's in bezwaar waren onvoldoende om het gebrek aan informatie bij de aanvraag te compenseren.
Verder oordeelde het College dat verweerder niet verplicht was appellante een aanvultermijn te bieden, mede vanwege het tendersysteem en het lotingssysteem bij budgetuitputting. Het beroep van appellante op het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel slaagde niet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag is ongegrond verklaard.