ECLI:NL:CBB:2021:228
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling fosfaatrecht en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante, een melkveehouderijmaatschap, stelde beroep in tegen het besluit van verweerder tot vaststelling van haar fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet. De kern van het geschil betrof de juiste bepaling van de fosfaatruimte, waarbij onder meer discussie bestond over de bemonstering van percelen en de oppervlakte van landbouwgrond.
Het College oordeelde dat het hele perceel bemonsterd moet worden en bij onvolledige bemonstering moet worden uitgegaan van de hoogste fosfaattoestand. Verweerder mocht bij de vaststelling van de fosfaatruimte afwijken van de door appellante opgegeven perceeloppervlakten en forfaitaire excretiefactoren toepassen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het fosfaatrecht vastgesteld op 9.894 kg.
Daarnaast werd het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van bezwaar en beroep toegewezen. De overschrijding bedroeg circa 13 maanden, waarvoor een schadevergoeding van €1.500,- werd vastgesteld, verdeeld tussen verweerder en de Staat. Tevens werden griffierecht en proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het fosfaatrecht van appellante wordt vastgesteld op 9.894 kg en immateriële schadevergoeding wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.