ECLI:NL:CBB:2021:596
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.L. Verbeek
- M.A.A. Traousis
- Rechtspraak.nl
Vaststelling fosfaatrecht en beoordeling geschil over melkproductie en perceelbeschikkingsmacht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vaststelling van het fosfaatrecht van appellant centraal, waarbij appellant betoogt dat verweerder ten onrechte een te lage melkproductie en fosfaatruimte heeft vastgesteld. Het geschil betreft onder meer de hoeveelheid separatiemelk, de feitelijke beschikkingsmacht over een perceel van 9,99 hectare, de oppervlakte van overige percelen, het gebruik van bedrijfsspecifieke excretiegegevens (BEX), en de overname van een beëindigd bedrijf.
Het College oordeelt dat appellant aannemelijk heeft gemaakt meer separatiemelk te hebben geproduceerd dan verweerder heeft aangenomen en dat appellant feitelijke beschikkingsmacht had over het perceel van 9,99 hectare dat niet was meegenomen bij de berekening van de fosfaatruimte. De overige percelen zijn juist vastgesteld, het gebruik van BEX is niet toegestaan voor de vaststelling van het fosfaatrecht, en appellant heeft geen recht op verhoging wegens overname van een beëindigd bedrijf.
Daarnaast wijst het College het beroep op individuele en buitensporige last af, omdat appellant zijn investeringsbeslissingen bewust heeft genomen in de context van het fosfaatrechtenstelsel. Het College vernietigt het vervangingsbesluit, stelt het fosfaatrecht van appellant zelf vast op 3.145 kg, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het College vernietigt het vervangingsbesluit en stelt het fosfaatrecht van appellant vast op 3.145 kg.