ECLI:NL:CBB:2021:230
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard inzake fosfaatrechten en knelgevallenregeling Meststoffenwet
Appellante exploiteert een melkveebedrijf op twee locaties en heeft in 2015 een uitbreiding van haar bedrijf gestart waarvoor zij vergunningen en financieringsovereenkomsten had gesloten. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op de peildatum 2 juli 2015, zonder rekening te houden met de uitbreidingsplannen die toen nog niet gerealiseerd waren.
Appellante stelde dat de knelgevallenregeling van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet onjuist werd toegepast omdat niet gerealiseerde uitbreidingen buiten beschouwing werden gelaten, terwijl deze wel na de peildatum zijn gerealiseerd. Zij voerde ook aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar opleverde in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een beperkte knelgevallenregeling waarbij alleen gerealiseerde situaties op de peildatum worden meegenomen. Niet gerealiseerde uitbreidingen worden niet meegenomen, ook niet als deze na de peildatum zijn gerealiseerd. Daarnaast werd geoordeeld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een buitensporige last voor haar vormt, anders dan voor andere melkveehouders.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtbesluit wordt ongegrond verklaard.