ECLI:NL:CBB:2021:232
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing generieke korting afgewezen
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld. Zij voerde aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het stelsel van fosfaatrechten en dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Tevens stelde zij dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name over haar standpunt dat zij als grondgebonden moest worden aangemerkt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de aangevoerde beroepsgronden niet slaagden. Het verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin dezelfde argumenten zijn verworpen. De minister had in het bestreden besluit met een berekening aangetoond dat het verschil tussen het fosfaatrecht en de fosfaatruimte van appellante groter was dan de generieke korting van 8,3%, welke berekening niet door appellante was betwist.
Daarmee was de conclusie dat appellante niet grondgebonden is voldoende gemotiveerd. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L. Verbeek op 2 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit over het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.