ECLI:NL:CBB:2021:309
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrecht melkveehouderij 2015
Appellant betwistte de vaststelling van zijn fosfaatrecht over 2015, stellende dat de totale melkproductie hoger was dan door verweerder vastgesteld. Hij voerde aan dat extra melk aan kalveren was vervoederd en antibioticamelk was vernietigd, wat niet was meegenomen. Verweerder verhoogde de melkproductie reeds gedeeltelijk, maar achtte verdere verhoging onvoldoende onderbouwd.
Het College oordeelde dat appellant aan zijn oorspronkelijke opgave moet worden gehouden en onvoldoende bewijs leverde voor de hogere melkproductie. Verklaringen van appellant en zijn werknemer boden geen concreet bewijs. Ook werd het betoog dat het fosfaatrechtenstelsel strijdig is met artikel 1 EP Pro en EU-regelgeving verworpen, mede vanwege eerdere uitspraken en goedkeuring door de Europese Commissie.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College vond de motivering van het bestreden besluit toereikend en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.L. Verbeek op 23 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het fosfaatrecht 2015 wordt ongegrond verklaard.