ECLI:NL:CBB:2021:320

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
26 februari 2021
Publicatiedatum
22 maart 2021
Zaaknummer
20/1013
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering tegemoetkoming COVID-19 vanwege termijnoverschrijding

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19. Dit bezwaar is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van bezwaarschriften.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het bezwaar behandeld op 26 februari 2021. Appellante stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan vakanties en drukte op het kantoor van haar gemachtigde. Het kantoor had slechts drie medewerkers, waarvan er twee gelijktijdig met vakantie waren, en er was sprake van extra werkzaamheden door COVID-19 gerelateerde ondersteuning van cliënten.

Het College oordeelde echter dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormen. Van een professionele gemachtigde mag worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden zodanig organiseert dat tijdig bezwaar mogelijk is, eventueel door inschakeling van derden bij tijdnood. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk geacht.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/1013
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 26 februari 2021 in de zaak tussen

[naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: A.F. van der Steeg),
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels en mr. S. van Rijn).

Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen de weigering van een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19, niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2021. Appellante is verschenen, vergezeld door [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Uit artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb volgt dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn per post is bezorgd en niet later dan een week na afloop is ontvangen. Op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. Het College stelt vast dat de bezwaartermijn op 19 augustus 2020 eindigde. Het bezwaarschrift is gedateerd op 19 augustus 2020. Op de envelop waarin het bezwaarschrift is verzonden staat een poststempel van PostNL met de datum 21 augustus 2020. Het bezwaarschrift is op 24 augustus 2020, dus na het einde van de bezwaartermijn, door verweerder ontvangen.
3. Appellante voert aan dat haar gemachtigde wegens vakanties niet tijdig heeft kunnen handelen. Op zijn kantoor zijn maar drie mensen werkzaam. Twee daarvan gingen in de maand augustus tegelijkertijd op zomervakantie in verband met schoolgaande kinderen. Hierdoor was er maar een werknemer aanwezig op kantoor. Daarnaast heeft het relatief kleine team van de gemachtigde extra werkzaamheden moeten verwerken in combinatie met lopende verplichtingen, wat resulteerde in een enorme drukte. Op zijn kantoor moest hij meerdere cliënten ondersteunen door de schade van COVID-19. Hierbij moet gedacht worden aan het opstellen van tussentijdse cijfers voor aanvragen van financieringen en het ondersteunen van cliënten bij aanvragen bij RVO, bijvoorbeeld met het opstellen en verzamelen van documentatie en correspondentie.
4. Het College ziet in de door appellante aangevoerde omstandigheden geen reden voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De omstandigheid dat de gemachtigde van appellante het erg druk had met werkzaamheden voor andere cliënten is geen verschoonbare reden. Evenmin dat het vakantietijd was. Van een professionele gemachtigde mag worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden zodanig georganiseerd en onder controle heeft dat hij in staat is tijdig bezwaar te maken of beroep in te stellen. Zo nodig mag verwacht worden dat hij een derde inschakelt als hij in tijdnood komt.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L Koopmans, voorzitter, en mr. J.H. de Wildt en mr. B. Bastein, leden, in aanwezigheid van mr. M.H. van Kersbergen, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.