ECLI:NL:CBB:2021:355
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabiliteit landbouwpercelen en korting wegens te hoge areaalaangifte
Appellante diende een aanvraag in voor basis-, vergroeningsbetaling en extra betaling jonge landbouwers over 2018, waarbij 105,32 hectare werd opgegeven. Verweerder stelde vast dat slechts 69,40 hectare subsidiabel was, en legde een korting op wegens te hoge areaalaangifte. Appellante betwistte de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van enkele percelen, onderbouwd met foto's en argumenten over maaibeheer en begrazing.
Het College oordeelde dat de door verweerder gebruikte luchtfoto's van maart en mei 2018 een voldoende nauwkeurige en technisch beste methode vormen om de subsidiabiliteit vast te stellen. De percelen werden als verruigd en verstruikt beoordeeld, wat niet subsidiabel is volgens de geldende EU-verordeningen. De door appellante ingebrachte foto's boden onvoldoende bewijs om dit oordeel te weerleggen.
Appellante voerde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat zij op advies van verweerder de percelen had opgegeven. Het College vond echter geen bewijs voor toezeggingen van verweerder en wees dit beroep af. Ook het beroep op het ontbreken van schuld faalde, omdat appellante als professionele marktdeelnemer verantwoordelijk is voor juiste opgave en tijdige intrekking van percelen.
Het beroep op voortgezette handeling en het zorgvuldigheidsbeginsel werden eveneens verworpen. Het College concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was genomen en de korting terecht werd toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van subsidiabele hectares en de korting wegens te hoge areaalaangifte wordt ongegrond verklaard.