ECLI:NL:CBB:2021:378
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en proceskostenveroordeling in fosfaatrechtenstelsel
Appellanten voerden aan dat het fosfaatrechtenstelsel hun eigendomsrecht aantast en dat het stelsel een individuele en buitensporige last oplegt, mede vanwege investeringen in uitbreiding van hun melkveebedrijf. Verweerder stelde dat het stelsel noodzakelijk is voor milieubescherming en dat ondernemersrisico's voor eigen rekening zijn.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom zoals neergelegd in het Eerste Protocol bij het EVRM. De investeringsbeslissingen van appellanten waren ondernemersbeslissingen die zij zelf dragen, mede gezien de afschaffing van het melkquotum en de voorziene maatregelen. De individuele last was niet buitensporig.
Het beroep op de knelgevallenregeling wegens ziekte van een vennoot werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat appellanten dit beroep introkken. Het College wees het beroep ongegrond, bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellanten wordt vergoed en veroordeelde verweerder in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.