ECLI:NL:CBB:2021:380
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij melkveehouderij
Appellanten, exploitanten van een melkveehouderij, voerden bezwaar tegen het vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet en stelden dat het fosfaatrechtenstelsel hun eigendomsrecht aantast en een individuele en buitensporige last oplevert. Zij baseerden hun betoog mede op investeringen en uitbreidingsplannen die zij voor de afschaffing van het melkquotum hadden genomen.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het stelsel gerechtvaardigd is ter bescherming van milieu en volksgezondheid en ter naleving van de Nitraatrichtlijn. De individuele last is beoordeeld aan de hand van de omvang en het tijdstip van de investeringen, de vergunningen en de ondernemersrisico's.
Het College concludeerde dat appellanten de gevolgen van hun investeringsbeslissingen zelf moeten dragen en dat de uitbreiding van het bedrijf niet als bedrijfseconomisch noodzakelijk werd aangemerkt. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellanten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.