ECLI:NL:CBB:2021:382
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming COVID-19 op grond van niet-passende SBI-code bevestigd
Appellant vroeg een tegemoetkoming van €4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19. Verweerder wees de aanvraag af omdat de SBI-code die appellant invulde niet overeenkwam met de op 15 maart 2020 geregistreerde SBI-codes, die niet in de bijlage van de Beleidsregel voorkwamen.
Appellant maakte bezwaar, dat eerst niet-ontvankelijk werd verklaard, maar later alsnog inhoudelijk werd beoordeeld en ongegrond werd verklaard. Het College oordeelde dat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is omdat appellant geen belang had bij die beoordeling. Het beroep tegen het herziene besluit werd ongegrond verklaard.
Het College benadrukte dat de Beleidsregel als buitenwettelijk begunstigend beleid alleen op consistente toepassing kan worden getoetst. Verweerder heeft dit beleid consistent toegepast door alleen SBI-codes op de peildatum te hanteren en geen rekening te houden met latere wijzigingen, ook niet met terugwerkende kracht.
Appellants argument dat de activiteiten na de peildatum waren gewijzigd en dat dit in crisistijd onredelijk is, werd verworpen. Ook de bedrijfsomschrijving bood geen aanknopingspunten voor een passende SBI-code. Er was geen toezegging dat na wijziging van de SBI-code de tegemoetkoming zou worden toegekend.
Het College besloot het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk te verklaren, het beroep tegen het herziene besluit ongegrond, en verweerder te verplichten het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de herziene beslissing ongegrond.