In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het hoger beroep van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) tegen de rechtbankuitspraak van 22 oktober 2019 behandeld. De AFM had boetes opgelegd aan Visie B.V. en haar leidinggevenden wegens vermeende overtreding van de artikelen 4:9 en 4:10 van de Wet financieel toezicht (Wft), omdat de dagelijkse beleidsbepaler niet was aangemeld en getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid.
De rechtbank had deze boetes vernietigd omdat niet vaststond dat de artikelen waren overtreden; het enkel niet aanmelden van de beleidsbepaler volstond niet als overtreding. Het College bevestigt dit oordeel en benadrukt dat voor een overtreding vereist is dat buiten redelijke twijfel wordt aangetoond dat de beleidsbepaler ongeschikt is of diens betrouwbaarheid niet buiten twijfel staat. De AFM had dit niet bewezen.
Het onderzoek toonde aan dat [naam 1] feitelijk het dagelijks beleid bepaalde, maar dat zijn geschiktheid en betrouwbaarheid niet waren aangetoond als onvoldoende. De boetes aan [naam 1] en [naam 2] wegens feitelijke leidinggeven en medeplegen van de overtreding zijn daarom niet gegrond. Het College bevestigt de vernietiging van de boetes en legt de griffierechten aan de AFM op.