Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 oktober 2019 in de zaken tussen
[Persoon 1]([Persoon 1]), wonende te [Plaats],
[Persoon 2]([Persoon 2]) wonende te [Plaats],
tezamen ook eisers,
Stichting Autoriteit Financiële Marken (AFM), verweerster.
Procesverloop
[Vennootschap A] ([Vennootschap A]). Daarbij is voorts besloten tot openbaarmaking van dit besluit.
9 november 2017 (de primaire besluiten) ongegrond verklaard.
Overwegingen
3 januari 2012 is zij bij de AFM geregistreerd als beleidsbepaler van [Vennootschap A]. Tot 4 september 2015 was zij de enige (formele) dagelijks beleidsbepaler van [Vennootschap A]. Uit een organogram van [Vennootschap A] blijkt dat er vier verschillende afdelingen waren, die werden aangestuurd door respectievelijk [Persoon 3] ([Persoon 3]), hoofd binnendienst, [Persoon 4] ([Persoon 4]), salesmanager, en [Persoon 5], business unit manager. In het organogram staat boven hen als directeur [Persoon 2] (enig statutair bestuurder) vermeld en daarboven de aandeelhouders, onder wie [Persoon 1]. Op 4 september 2015 heeft de AFM [Persoon 3] en [Persoon 4] goedgekeurd als beleidsbepalers van [Vennootschap A].
€ 1.500, was slechts eenmaal in de twee weken op een vrijdag bij [Vennootschap A] aanwezig, was bij geen enkel managementoverleg aanwezig en gebruikte niet tot nauwelijks haar
e-mailaccount bij [Vennootschap A]. In haar arbeidsovereenkomst staat dat zij – tenzij expliciet overeengekomen – niet bevoegd was [Vennootschap A] te vertegenwoordigen. De werknemers van [Vennootschap A] voerden verder geen overleg met [Persoon 2], vroegen haar niet om toestemming of goedkeuring, legden geen verantwoording aan haar af en stelden haar niet op de hoogte van zaken. [Persoon 1] had daarentegen wel een vooraanstaande rol bij de interne afstemming en aansturing van [Vennootschap A] en haar werknemers. Een voorbeeld daarvan is dat betalingen en/of kwijtscheldingen van kosten eerst met [Persoon 1] moesten worden afgestemd. Dit omdat anderen dan [Persoon 1] daartoe niet bevoegd waren. Verder ontving [Persoon 1] overzichten van de dagresultaten van het callcenter en gaf hij naar aanleiding daarvan de opdracht om alleen nog te (laten) bellen voor [Vennootschap A] hersteladvies. Het was niet [Persoon 2] die [Vennootschap A] extern vertegenwoordigde, maar [Persoon 1]. Zo was [Persoon 1] degene die namens [Vennootschap A] het contact met externe partijen onderhield, onderhandelingen voerde over de overname van portefeuilles, overeenkomsten sloot en contacten met verzekeraars onderhield. [Persoon 1] ondertekende e-mails en overeenkomsten als “directeur ”. Vast staat dat [Persoon 2] ten tijde in geding bij de AFM was aangemeld als (dagelijks) beleidsbepaler en [Persoon 1] niet.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- herroept de primaire besluiten voor zover die betrekking hebben op de boeteoplegging;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de bestreden besluiten;
- veroordeelt de AFM tot betaling van € 500,- schadevergoeding aan [Persoon 1];
- veroordeelt de AFM tot betaling van € 500,- schadevergoeding aan [Persoon 2];
- bepaalt dat de AFM aan eisers het betaalde griffierecht van € 340 (tweemaal € 170,-) vergoedt;
- veroordeelt AFM in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 3.072,-.