ECLI:NL:CBB:2021:640
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet afgewezen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij haar fosfaatrecht op nihil werd vastgesteld op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet. Zij stelde dat zij wel melkvee hield op de peildatum 2 juli 2015 en dat het fosfaatrechtenstelsel haar onevenredig benadeelde vanwege een afwijkende bedrijfscyclus en fluctuaties in dieraantallen.
Het College heeft overwogen dat het fosfaatrecht voor de zes stuks jongvee waar appellante aanspraak op maakt, aan een ander bedrijf van dezelfde eigenaar is toegekend. Appellante heeft geen bezwaar gemaakt tegen die toekenning en heeft niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrecht op haar bedrijf te laag is. Ook is bevestigd dat op de peildatum nog geen sprake was van een bedrijfscyclus.
Verder is het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat het recht op eigendom beschermt, verworpen omdat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met dit recht en geen individuele buitensporige last oplevert. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van haar fosfaatrecht is ongegrond verklaard.