Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 juni 2021 in de zaken tussen
[naam VOF] , te [plaats] , appellante
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
EIA-verklaring afgegeven. Verweerder heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. Het beroep dat appellante daartegen heeft ingesteld (geregistreerd onder zaaknummer 20/255) is ter zitting ingetrokken.
EIA-verklaring af te geven indien door hem is vastgesteld dat aan alle voorwaarden daarvoor is voldaan (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 30 december 2013, ECLI:NL:CBB:2013:304 en 17 december 2019, ECLI:NL:CBB:2019:706). Dit betekent dat verweerder dient vast te stellen op welk moment appellante de verplichtingen ter zake van het bedrijfsmiddel is aangegaan om vervolgens op basis daarvan te bepalen of de aanmelding van de investering in het bedrijfsmiddel tijdig is gedaan.
€ 1.047.000,-. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten 1, 2 en 4 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 3 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 3;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354,- aan appellante te vergoeden;
€ 1.068,-.