ECLI:NL:CBB:2021:66
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling fosfaatrechten na faillissement bedrijf
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het fosfaatrecht van Stadsboerderij [naam 1] B.V. is vastgesteld op 0 kilogram. Dit besluit werd genomen omdat het bedrijf op 28 september 2017 failliet werd verklaard en op 1 januari 2018 geen vee meer hield, waardoor het niet als actief bedrijf kon worden aangemerkt op de peildatum van het fosfaatrechtenstelsel.
Appellant, de curator in het faillissement van de Stadsboerderij, betoogde dat het fosfaatrecht onterecht niet was vastgesteld en dat de startersregeling niet was beoordeeld. Tevens stelde hij dat de overdracht van het bedrijf aan Streekboerderij [naam 2] B.V. niet rechtsgeldig zou zijn, wat gevolgen zou moeten hebben voor de vaststelling van de fosfaatrechten.
Het College oordeelde dat appellant voldoende belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, ondanks het faillissement. Het College bevestigde dat het uitgangspunt voor toekenning van fosfaatrechten is dat het bedrijf op 1 januari 2018 actief moet zijn. Gezien het faillissement en het ontbreken van vee op die datum, was de vaststelling van 0 kg fosfaatrecht terecht. De melding van overdracht aan de Streekboerderij werd als juist aangenomen, en het College wees erop dat civielrechtelijke geschillen omtrent de overdracht buiten de bestuursrechtelijke procedure vallen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het fosfaatrecht is terecht vastgesteld op 0 kg.