Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juli 2021 op het hoger beroep van:
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, appellant (de minister)(gemachtigde: mr. M.M. de Vries),
[naam maatschap] , te [plaats] (de maatschap) (gemachtigde: mr. J. Zwiers)ende minister.
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Tijdens de AM-screening omstreeks 12:05 uur in de aanvoerhal zag ik dat de containers op aanvoerlijn 2 erg vol geladen waren. In sommige lades zaten de kuikens noodgedwongen op elkaar omdat er niet voldoende vloeroppervlak was voor elk dier om te staan of zitten. Er heerste veel stress wat zichtbaar was aan onrust en het ademen met open bek. Ik zag 1 container welke niet goed afgesloten was. De schuif van het plafond stond half open waardoor de kuikens over de rand hingen. Ik zag 1 rugligger en 1 kuiken met een fractuur van de heup. Volgens de aanvoerplanning en na verificatie bij de chef panklaar van het betreffende pluimveeslachthuis, betroffen het vleeskuikens van koppel ' [naam maatschap] ' uit stal 1.
Bij hetzelfde koppel geslachte dieren zag ik in de panklaar-afdeling tijdens de PM-screening bij 625 karkassen 15 fracturen met forse donkerrode tot paarse bloedingen groter dan 3 cm2 van de vleugels en 7 karkassen met omvangrijk letsel bestaande uit forse donkerrode tot paarse bloedingen groter dan 3 cm2 van de rug en vleugels. Bloedingen van deze aard zijn in de laatste 12 uur voorafgaande aan het doden van de dieren ontstaan door het ruw vangen van de dieren op stal middels een vangploeg.
In totaal heb ik van bovengenoemde koppels 2 tellingscontroles naar vangletsel uitgevoerd. Beide controles duurden 2 minuten. Tussen de controles zat ongeveer een half uur. De bandsnelheid tijdens de controle was 125 kuikens per minuut. Tijdens de eerste controle heb ik 15 letsels geteld en tijdens de tweede controle 6.
Uit deze 2 tellingen kwam een gemiddelde score van 4,2% letselschade naar voren. De letsels bestonden uit ernstige tot zeer ernstige bloedingen en fracturen van voornamelijk de vleugels. Ik heb geteld volgens de instructie van de NVWA; Bijlage 2 bij WLZVL – 030 NVWA: bijlage bij registratieformulier letseltelling pluimveeslachthuis.
Deze ernstige fracturen en kneuzingen met bloedingen hebben ertoe geleid dat deze dieren vanaf het ontstaan van het letsel en vervolgens tijdens het vervoer tot aan de slacht, hevige pijn en stress hebben ervaren. Vanuit mijn professionele ervaring als dierenarts concludeer ik daarom uit bovenstaande feiten dat hier sprake is van ernstig dierenletsel.
De houder van het pluimvee op de plaats van vertrek zorgde er niet voor dat de voorschriften met betrekking tot het behandelen van de dieren nageleefd werden, omdat door de vangploeg onnodige pijn en ernstig lijden bij de dieren is veroorzaakt.
Hieruit bleek mij dat gehandeld werd in strijd met artikelen 2.5 en 6.2 lid 1 van de Wet dieren jº artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren, jº aanhef artikel 3 en Pro artikel 3 onder Pro e en artikel 8, lid 1, bijlage I, Hoofdstuk III, paragraaf 1.8, onder d van Verordening (EG) nr. 1/2005.
Deze bevindingen worden [naam maatschap] aangerekend."