ECLI:NL:CBB:2021:726
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouderij
Appellante, eigenaar van een melkveehouderijlocatie, stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en een individuele en buitensporige last vormt. Zij had haar bedrijf in 2002 gestaakt vanwege stankhinder en de staat van de gebouwen, en haar bedrijfsvoering tijdelijk verplaatst naar Duitsland. Pas na een langdurig planologisch traject ontving zij in 2017 een omgevingsvergunning voor uitbreiding.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt. De beslissing om het bedrijf tijdelijk te staken en later uit te breiden was een ondernemerskeuze, waarvan de risico’s voor rekening van appellante komen.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd is met artikel 1 van Pro het EP en dat de belangen van milieubescherming en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtbesluit wordt ongegrond verklaard.