ECLI:NL:CBB:2021:818
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing herzieningsverzoek fosfaatrecht op grond van Meststoffenwet
Appellante exploiteert een gemengd agrarisch bedrijf en had op de peildatum 2 juli 2015 een bepaald aantal melkvee geregistreerd. Verweerder stelde op 5 januari 2018 het fosfaatrecht vast op basis van deze registratie. Appellante verzocht later om herziening vanwege een onjuiste I&R-registratie van rundvee, die pas in februari 2018 werd gecorrigeerd na een aan- en afvoerverbod.
Verweerder wees het herzieningsverzoek af omdat de onjuiste registratie een feit was dat appellante vóór het primaire besluit had kunnen en moeten aanvoeren. Het College oordeelde dat het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro leidde tot een terechte afwijzing van het verzoek. Ook het beroep op strijd met het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen omdat verschillende regelingen verschillende definities hanteren.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en dat appellante niet tijdig bezwaar had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot herziening van het fosfaatrecht is ongegrond verklaard.