ECLI:NL:CBB:2021:890
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening fosfaatrechtenstelsel uitspraak
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van het College van 2 februari 2021, waarin het beroep over het fosfaatrecht ongegrond werd verklaard. Het verzoek tot herziening is beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, dat stelt dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die redelijkerwijs niet eerder konden worden ingebracht en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Het College constateert dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd. Het verzoek is feitelijk een poging om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren op basis van gegevens die al bekend waren ten tijde van de eerdere uitspraak. Ook het betoog dat de beroepsgronden onvoldoende zijn behandeld, vormt geen grond voor herziening.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin het oordeel is bevestigd dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met het gelijkheidsbeginsel en dat de keuzes van de wetgever binnen diens beoordelingsvrijheid vallen. De investeringsbeslissingen van verzoeker in 2013 werden als niet navolgbaar beoordeeld, mede gelet op de waarschuwingen over productiebeperkende maatregelen.
Daarom wijst het College het verzoek om herziening af en bevestigt het de eerdere uitspraak. De voorzitter en griffier waren verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het College wijst het verzoek om herziening af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.