ECLI:NL:CBB:2021:894
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- T. Pavićević
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Randvoorwaardenkorting van 20% wegens opzettelijke niet-emissiearme mestaanwending bevestigd
Appellante, een vennootschap onder firma, kreeg een korting van 20% op haar GLB-betalingen over 2019 vanwege niet-emissiearme aanwending van rundveedrijfmest op een perceel bouwland. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit constateerde tijdens een controle dat mest deels niet emissiearm was uitgereden, waarbij de medewerker ondanks zichtbare tekortkomingen doorging met bemesten zonder maatregelen te nemen.
Verweerder stelde dat sprake was van opzettelijke niet-naleving, omdat de medewerker de mogelijkheid van overtreding aanvaardde door niet te stoppen. Appellante voerde aan dat de overtreding niet opzettelijk was en dat de korting niet in verhouding stond tot de ernst en omvang van de overtreding, gezien het kleine oppervlak en de deskundigheid van de medewerker.
Het College oordeelde dat verweerder terecht uitging van opzet, mede gelet op het arrest Van der Ham van het Hof van Justitie, waarbij opzettelijke niet-naleving ook kan worden aangenomen als de begunstigde de mogelijkheid van overtreding aanvaardt. De hoogte van de korting van 20% is volgens het College passend en niet te matigen, omdat de wettelijke regeling weinig ruimte laat voor belangenafweging.
Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de korting van 20% bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 20% bevestigd.