Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] B.V., te [plaats] , verzoekster
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekster, een agrarisch bedrijf, vorderde schadevergoeding wegens het besluit van de minister van Landbouw om haar fosfaatrechten in 2018 aanzienlijk te verlagen. Dit besluit leidde ertoe dat verzoekster het grootste deel van haar fosfaatrechten niet kon verkopen tegen de oorspronkelijk overeengekomen prijs, waardoor zij schade leed.
Na een procedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven werd vastgesteld dat het besluit van 13 september 2018 onrechtmatig was. Het College oordeelde dat er een causaal verband bestond tussen het besluit en de schade die verzoekster had geleden door het niet kunnen verkopen van fosfaatrechten tegen de hogere prijs.
De minister stelde dat de schade voornamelijk voortkwam uit een ander besluit, dat formele rechtskracht had, en dat verzoekster haar schade onvoldoende had aangetoond. Het College verwierp deze argumenten en stelde vast dat de schadevergoeding gebaseerd moest worden op het verschil tussen de verkoopprijs in januari 2018 en de lagere prijs in eind 2019.
Het College veroordeelde de minister tot betaling van €9.170,82 aan verzoekster, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 september 2018, en tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van correcte besluitvorming bij fosfaatrechten en de mogelijkheid tot schadevergoeding bij onrechtmatigheden.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige verlaging van fosfaatrechten wordt toegewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €9.170,82 plus rente en proceskosten.