ECLI:NL:CBB:2022:16
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond inzake fosfaatrecht en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante, een maatschap met een rundveehouderij, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat het fosfaatrecht van haar bedrijf vaststelde. Het primaire besluit werd herroepen en het fosfaatrecht verlaagd, waarna na bezwaar het fosfaatrecht weer hoger werd vastgesteld. Appellante voerde aan dat zij ten onrechte niet in aanmerking kwam voor de startersregeling en dat sprake was van een individuele en buitensporige last. Tevens stelde zij dat de redelijke termijn voor de behandeling van haar zaak was overschreden.
Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de startersregeling omdat het bedrijf een voortzetting was van een bestaand melkveebedrijf en niet nieuw was gestart. Ook was er geen sprake van een individuele en buitensporige last, mede omdat de persoonlijke omstandigheden en bedrijfsontwikkelingen na de peildatum vielen en onvoldoende onderbouwd waren. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep werd overschreden, waardoor appellante recht had op een schadevergoeding van € 2.000,-.
De overschrijding werd toegerekend aan zowel verweerder als het College, waarbij de schadevergoeding proportioneel werd verdeeld. Daarnaast werden verweerder en de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten in verband met het verzoek om schadevergoeding. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard, de startersregeling niet toegekend en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.