ECLI:NL:CBB:2022:262
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorzieningen tegen lasten onder dwangsom en bestuursdwang
Verzoekster heeft tegen twee primaire besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bezwaar gemaakt en verzocht om voorlopige voorzieningen om deze besluiten te schorsen. De besluiten betroffen drie lasten onder dwangsom en een last onder bestuursdwang op grond van de Wet dieren en de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overwoog dat de termijnen waarbinnen dwangsommen zouden verbeurd raken of bestuursdwang zou worden toegepast, ten tijde van het verzoek al waren verstreken. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang om de besluiten voorlopig te schorsen. Daarnaast was het enkele vermoeden dat de minister in de toekomst mogelijk meer handhavingsmaatregelen zou nemen onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen.
Verzoekster stelde dat de lasten ernstige en onomkeerbare gevolgen voor haar bedrijfsvoering zouden hebben, waaronder het terugroepen van vlees en het verstrekken van NAW-gegevens, wat tot faillissement zou kunnen leiden. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat dit belang niet spoedeisend was en dat eventuele invordering van dwangsommen nog besluitvorming en rechtsmiddelen zou vergen.
Ook het beroep op een eerdere uitspraak over spoedeisend belang bij een recall werd verworpen omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar waren en niet iedere recall automatisch spoedeisend belang oplevert.
De voorzieningenrechter wees de verzoeken om voorlopige voorzieningen af en kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en verstrijken van termijnen.