Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 juli 2022 op het hoger beroep van:
[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellante
appellante
en
de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (voorheen: de minister voor Medische Zorg), staatssecretaris
Samenvatting
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank
(…)”
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
allebedrijfsruimten voor levensmiddelen met uitzondering van de bedrijfsruimten waarop hoofdstuk III van toepassing is. Dat, zoals appellante stelt, zij niet voldoet aan de karakteristieken van de bedrijfsruimten genoemd in hoofdstuk I, neemt niet weg dat zij aan de in dat hoofdstuk bepaalde eisen dient te voldoen en kan zij niet volstaan met het voldoen aan eisen opgenomen in een ander hoofdstuk. Voor de stellingen van appellante ten aanzien van veilig koken en voedselveilig werken ziet het College geen aanknopingspunten in de uitspraak van de voorzieningenrechter of het wettelijke kader, zodat deze stellingen niet tot een ander oordeel kunnen leiden.