Appellante voerde aan dat zij recht had op subsidie op basis van SBI-code 93.21.2 (kermisattracties) omdat haar poffertjeskraam al generaties lang op kermissen staat en zij onder hoge eisen opereert. Verweerder stelde dat de hoofdactiviteit van appellante valt onder SBI-code 56.10.2 (fastfoodrestaurants, eetkramen e.d.) aangezien eetkramen expliciet zijn uitgesloten van SBI-code 93.21.2.
Het College oordeelde dat de inschrijving in het handelsregister en de SBI-code leidend zijn voor de toekenning van de subsidie en dat de feitelijke bedrijfsvoering niet doorslaggevend is. Appellante exploiteert een poffertjeskraam en valt daarmee onder 56.10.2. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat andere kermisexploitanten met hogere subsidies ook daadwerkelijk kermisattracties exploiteren.
De TVL-regeling is bewust gebaseerd op SBI-codes om uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en de subsidies blijven toegekend op basis van SBI-code 56.10.2.