ECLI:NL:CBB:2020:997
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motivering hoofdactiviteit bij TVL-subsidie en handelsregisterinschrijving
Appellante ontving een subsidie op grond van de TVL-regeling vanwege COVID-19, waarbij de hoogte van de subsidie gebaseerd is op de hoofdactiviteit zoals geregistreerd in het handelsregister. Verweerder wees de eerste SBI-code aan als hoofdactiviteit, met een laag percentage vaste lasten, terwijl appellante stelde dat ook vervoer per taxi een hoofdactiviteit is met een hoger percentage vaste lasten.
Het College constateert dat de TVL-regeling en handelsregisterwetgeving geen duidelijke criteria geven voor het onderscheid tussen hoofd- en nevenactiviteiten, noch dat de eerste vermelde SBI-code automatisch de hoofdactiviteit is. Hoewel verweerder aannemelijk maakt dat de eerste code doorgaans de belangrijkste activiteit betreft, kan dit niet zonder meer worden aangenomen als de aanvrager dit betwist.
Het College oordeelt dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd dat de eerste SBI-code de enige hoofdactiviteit is en dat verweerder nader onderzoek had moeten doen. Daarom is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Verweerder wordt opgedragen het gebrek te herstellen of een nieuw besluit te nemen, waarna appellante de gelegenheid krijgt om te reageren.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of een nieuw besluit te nemen met een toereikende motivering over de hoofdactiviteit.