ECLI:NL:CBB:2020:996
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over hoofdactiviteit bij subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19
Appellante, een onderneming die een touringcarbedrijf exploiteert, ontving een subsidie op grond van de TVL-regeling, waarbij verweerder de hoofdactiviteit aanmerkte als de eerste in het handelsregister vermelde SBI-code (79.12). Appellante stelde dat haar hoofdactiviteit ongeregeld personenvervoer over de weg (SBI-code 49.39.1) is, met een hoger forfaitair percentage vaste lasten.
Het College constateert dat de TVL-regeling en de Handelsregisterwet geen criteria bevatten voor het onderscheid tussen hoofd- en nevenactiviteiten en dat de volgorde van SBI-codes in het handelsregister niet per definitie de hoofdactiviteit aanduidt. Hoewel het begrijpelijk is dat verweerder uit praktische overwegingen de eerste SBI-code als hoofdactiviteit aanneemt, is dit niet onomstotelijk en moet bij betwisting nader onderzoek plaatsvinden.
Verweerder heeft in het bestreden besluit niet voldoende gemotiveerd waarom de eerste SBI-code de hoofdactiviteit zou zijn en kon niet volstaan met de verantwoordelijkheid van appellante voor de inschrijving. Het College oordeelt dat het besluit in strijd is met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro.
Het College draagt verweerder op het gebrek te herstellen door een nieuw of herzien besluit te nemen, met een toereikende motivering, uiterlijk 22 januari 2021. Appellante krijgt vervolgens gelegenheid haar zienswijze te geven, waarna eventueel een nader onderzoek volgt. De einduitspraak zal ook beslissen over proceskosten en griffierecht.
Deze tussenuitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering en het recht van de aanvrager om een afwijkende hoofdactiviteit aan te voeren bij de beoordeling van subsidieaanvragen onder de TVL-regeling.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuw besluit te nemen met toereikende motivering.