ECLI:NL:CBB:2022:49
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening fosfaatrecht op grond van onjuiste I&R-registratie
Appellant, een melkveehouder, verzocht om herziening van het besluit van 3 januari 2018 waarin zijn fosfaatrecht werd vastgesteld. Hij stelde dat vier dieren onjuist waren geregistreerd in het I&R-systeem, waardoor hij te weinig fosfaatrechten had gekregen. Verweerder wees het verzoek af omdat het geen nieuw feit of veranderde omstandigheid betrof; appellant had de fout al voor het besluit kunnen ontdekken.
Appellant voerde aan dat hij redelijkerwijs mocht vertrouwen op de juiste registratie door Rendac en dat hij pas na het besluit van 9 februari 2018 op de fout werd gewezen. Ook stelde hij dat het besluit evident onredelijk was omdat verweerder in een andere regeling wel de dieraantallen had aangepast in zijn nadeel, maar niet in zijn voordeel.
Het College oordeelde dat appellant de juistheid van de registratie zelf had moeten controleren en dat de fout geen nieuw feit of omstandigheid was. Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek werd ongegrond verklaard. Er was geen sprake van evidente onredelijkheid of strijd met beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het fosfaatrechtbesluit wordt ongegrond verklaard.