ECLI:NL:CBB:2022:571
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming vaste lasten COVID-19 wegens onvoldoende aannemelijkheid huurbetalingen
Appellant had een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19, welke door verweerder werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vaste lasten.
Na eerdere vernietiging van het bezwaarbesluit door het College, handhaafde verweerder het bestreden besluit opnieuw. Appellant stelde dat hij huurbetalingen had gedaan voor een pand in Frankrijk dat gebruikt werd voor zijn truffelreizen, maar kon dit niet voldoende aannemelijk maken. Verweerder wees erop dat de overboekingen volgens de mededelingen betrekking hadden op de borg en huur van februari 2020, niet op de periode van 16 maart tot en met 15 juni 2020.
Het College oordeelde dat verweerder zijn beleid consistent had toegepast en dat appellant ruimschoots de gelegenheid had gehad om bewijs te leveren. Ook de aangevoerde bezwaren over strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voldoet aan het vereiste van vaste lasten.