ECLI:NL:CBB:2022:742
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt nihilvaststelling tegemoetkoming en terugvordering voorschot TLTO
Appellant verzocht om een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 (TLTO), waarbij verweerder het voorschot had vastgesteld op nihil en teruggevorderd. Appellant betwistte dit en stelde dat sprake was van een uitbreiding van het teeltoppervlak met minimaal 10%, wat een afwijkende berekeningsgrond zou rechtvaardigen.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat het omzetverlies volgens de hoofdregel van artikel 2, tweede lid, van de TLTO nihil bedroeg. Appellant bracht naar voren dat de uitbreiding van het teeltoppervlak onder meer bestond uit de aanschaf van prikbakken en tunnels voor de pioenrozen, maar kon dit niet met objectieve gegevens onderbouwen.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het teeltoppervlak na 12 maart 2017 met ten minste 10% was uitgebreid. De aangeleverde plattegronden en toelichtingen boden onvoldoende bewijs. De tunnels werden gezien als groeibevorderende middelen op bestaand teeltoppervlak en niet als uitbreiding.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot werd bevestigd. Verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming blijft nihil met terugvordering van het voorschot.