ECLI:NL:CBB:2022:794
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van geheimhouding en kennisneming van stukken in beroep tegen weigering ontheffing Winkeltijdenwet
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders Leidschendam-Voorburg dat een ontheffing van het verbod in artikel 2 van Pro de Winkeltijdenwet voor een supermarkt heeft geweigerd. Verweerder heeft vertrouwelijke stukken overgelegd en op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht om beperking van kennisneming tot het College.
De rechter-commissaris heeft onderzocht in hoeverre de geheimhouding van deze stukken gerechtvaardigd is, waarbij een belangenafweging is gemaakt tussen het belang van appellant om kennis te nemen van alle relevante informatie en het belang van bescherming van persoonsgegevens en privacy van betrokken ambtsdragers en derden.
De rechter-commissaris oordeelt dat bepaalde persoonsgegevens, zoals namen en handtekeningen van politieambtenaren en ambtenaren van de gemeente, mogen worden afgeschermd vanwege privacybelangen, terwijl andere gegevens die bekend zijn bij appellant of relevant zijn voor het proces volledig moeten worden overgelegd. Tevens is geoordeeld dat het inzenden van geanonimiseerde versies niet volstaat en dat volledige stukken moeten worden ingediend, met uitzondering van de afgeschermde persoonsgegevens.
De rechter-commissaris beveelt terugzending van de stukken aan verweerder en stelt een termijn van twee weken voor het aanleveren van een nieuwe versie. Bij niet-naleving kan het College gevolgtrekkingen maken. De beslissing is genomen door rechter-commissaris J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. D. de Vries.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van bepaalde persoonsgegevens is gerechtvaardigd, overige stukken moeten volledig worden overgelegd binnen twee weken.