Argonaut heeft aan de reiziger een OV-begeleiderskaart verstrekt met een geldigheidsduur van één jaar, terwijl de hoofdregel is dat deze kaart een geldigheidsduur van vijf jaar heeft. De reiziger stelde dat haar beperkingen blijvend zijn en dat zij niet binnen vijf jaar zal kunnen reizen zonder begeleiding. Argonaut baseerde haar besluit op het advies van een bezwaararts die niet kon vaststellen dat sprake was van een medische eindsituatie.
Het College overweegt dat de bewijslast voor een kortere geldigheidsduur bij Argonaut ligt en dat zij niet heeft aangetoond dat een uitzonderingssituatie bestaat die een geldigheidsduur van slechts één jaar rechtvaardigt. Ook is niet gebleken dat Argonaut aanvullende medische informatie heeft opgevraagd. Het besluit is daarom onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
Het College vernietigt het bestreden besluit en herroept het besluit van 5 november 2021 voor zover daarin een geldigheidsduur van één jaar is toegekend. Het College bepaalt dat de geldigheidsduur vijf jaar bedraagt en draagt Argonaut op binnen zes weken een nieuwe OV-begeleiderskaart met deze geldigheidsduur te verstrekken. Proceskosten worden niet toegewezen.