ECLI:NL:CBB:2023:151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet tijdige subsidieaanvraag voor warmtepomp in verhuurde woning
Appellant diende op 24 januari 2022 een subsidieaanvraag in voor een warmtepomp in een woning die hij verhuurt. De minister wees de aanvraag af omdat de warmtepomp al op 24 november 2021 was aangeschaft, vóór de indiening van de aanvraag. Volgens het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies geldt dat bij zakelijke aanvragen de koopovereenkomst nog niet gesloten mag zijn voordat de subsidieaanvraag is ingediend.
Appellant voerde aan dat hij dacht een particuliere aanvrager te zijn en zich niet bewust was van de zakelijke status. Het College oordeelde dat de minister terecht de aanvraag afwees omdat de subsidie mogelijk staatssteun bevat en het vereiste van het stimulerend effect niet was vervuld. Tevens bleek niet dat de minister appellant onjuist had voorgelicht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 21 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de subsidieaanvraag te laat is ingediend voor een warmtepomp in een verhuurde woning.