Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
[naam 1] v.o.f., te [plaats] , (de onderneming)
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister)
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
Q1 2021 ten minste 30% is ten opzichte van de referentieperiode. De minister heeft in het bestreden besluit Q2 2019 als referentieperiode genomen. Hij heeft toegelicht dat de inschrijfdatum van de onderneming ligt in de periode van 31 december 2018 tot en met
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt de minister het betaalde griffierecht van € 360,- aan de onderneming te vergoeden;