ECLI:NL:CBB:2023:306
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming exploiteert een horecagelegenheid en heeft subsidie aangevraagd voor het vierde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister wees de aanvraag af omdat het omzetverlies ten opzichte van de referentieperiode niet ten minste 20% bedroeg. De onderneming betoogde dat zij pas in februari 2020 operationeel was en verzocht om de omzet in het derde kwartaal van 2020 als referentie te gebruiken.
De minister handhaafde het afwijzingsbesluit en stelde dat de referentieperiode uitsluitend gebaseerd kan zijn op de inschrijvingsdatum in het handelsregister, waarbij de onderneming niet in aanmerking komt voor de uitzondering voor na 30 september 2019 ingeschreven ondernemingen. Het College oordeelde dat de regeling geen ruimte biedt voor een afwijking op de referentieperiode en dat de omstandigheden van de onderneming geen uitzonderlijke situatie vormen.
Het College concludeerde dat de minister terecht de omzet in het eerste kwartaal van 2020 als referentieperiode heeft gehanteerd en dat het vereiste omzetverlies van 20% niet is bereikt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat het vereiste omzetverlies niet is aangetoond.