ECLI:NL:CBB:2023:326
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie zonthermie wegens niet-conforme realisatie productie-installatie
Het zwembad had een subsidie aangevraagd en verkregen voor een productie-installatie van hybride photovoltaïsche en thermische (pvt) zonnecollectoren met een vermogen van 140 kW. Later bleek dat het zwembad alleen photovoltaïsche (pv) zonnepanelen had geplaatst, zonder het thermische deel, wat niet overeenkomt met de subsidieaanvraag. De minister trok daarom de subsidie in op grond van artikel 4:48, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het zwembad stelde dat het onomkeerbare investeringen had gedaan in de veronderstelling de subsidie te ontvangen en dat de minister fouten had gemaakt, waardoor de intrekking onterecht was. De minister stelde dat de subsidie terecht was ingetrokken omdat niet was voldaan aan de subsidievoorwaarden en dat het niet mogelijk was de subsidie om te zetten naar een andere categorie energieproductie.
Het College oordeelde dat het zwembad verplicht was de in de aanvraag genoemde pvt zonnecollectoren te installeren en dat dit niet was gebeurd. De minister was bevoegd de subsidie in te trekken en de weigering om de subsidie te wijzigen was evenredig en gerechtvaardigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het zwembad tegen de intrekking van de subsidie wordt ongegrond verklaard.