ECLI:NL:CBB:2023:380
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbepaling voor subsidie vaste lasten financiering COVID-19
De onderneming Intraservice Dienstverlening B.V. heeft een aanvraag ingediend voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verleende later alsnog een subsidie van €9.735,40. De onderneming stelde dat de minister ten onrechte de omzet in de referentieperiode had vastgesteld op basis van de aangifte omzetbelasting, terwijl volgens haar de omzet uit de financiële administratie hoger was vanwege vooruit gefactureerde bedragen uit 2018.
De minister baseerde zich op artikel 2.2.2., zesde lid, van de TVL en hanteerde de systematiek van het factuurstelsel waarbij de factuurdatum bepalend is voor de toerekening van omzet aan een periode. De omzet die in 2018 vooruit was gefactureerd, werd daarom niet toegerekend aan de referentieperiode (eerste kwartaal 2019). Het College bevestigde dat deze systematiek juist is en dat het vooruit factureren een boekhoudkundige keuze is die niet leidt tot afwijking van het uitgangspunt dat de omzet wordt bepaald op basis van de aangifte omzetbelasting.
Het College wees het beroep van de onderneming af en handhaafde de verleende subsidie. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Deze uitspraak bevestigt de consistentie van de omzetbepaling in de TVL-regeling en voorkomt dubbele of ontbrekende toerekening van omzet in subsidieperiodes.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming is ongegrond verklaard en de verleende subsidie blijft gehandhaafd.