ECLI:NL:CBB:2023:430
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvragen TVL Q1 en Q4 2021 wegens ontbreken omzetverlies
De onderneming diende aanvragen in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL-regeling) voor het eerste en vierde kwartaal van 2021. De minister wees deze aanvragen af omdat niet voldaan werd aan het vereiste omzetverlies van respectievelijk 30% en 20%.
De onderneming voerde aan dat de minister een andere referentieperiode had moeten hanteren en dat zij onevenredig werd getroffen door de afwijzing. De minister stelde dat de onderneming pas vanaf juni 2021 omzet genereerde, waardoor geen omzetverlies in Q1 2021 kon worden vastgesteld. Voor Q4 2021 werd een alternatieve referentieperiode gehanteerd, maar ook daarin was geen omzetverlies aantoonbaar.
Het College verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bevestigd dat de TVL-regeling geen subsidie toekent bij het ontbreken van omzetverlies. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de TVL-subsidieaanvragen voor Q1 en Q4 2021 worden ongegrond verklaard.