ECLI:NL:CBB:2021:820
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens ontbreken omzetverlies bij beginnende onderneming
Appellante, een beginnende onderneming ingeschreven sinds december 2019, vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL). Verweerder wees de aanvraag af omdat appellante geen omzetverlies van ten minste 30% kon aantonen, een voorwaarde voor subsidie.
Na bezwaar wijzigde verweerder de afwijzingsgrond van een onjuiste SBI-code naar het ontbreken van omzetverlies, maar handhaafde het besluit. Appellante voerde aan dat de procedure onzorgvuldig was, dat zij niet goed gehoord was en dat de omzetverliesvoorwaarde onredelijk was voor beginnende ondernemers, mede door importproblemen. Ook werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule.
Het College oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden, dat de bezwaarprocedure correct was gevolgd en dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde. Het ontbreken van omzetverlies leidde terecht tot afwijzing, en de regeling biedt geen ruimte voor afwijking of een hardheidsclausule. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante geen omzetverlies heeft aangetoond en daarmee niet voldoet aan de subsidievoorwaarden.