ECLI:NL:CBB:2023:431
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid randvoorwaardekorting GLB 2019 door minister
De zaak betreft het beroep van een landbouwer tegen een randvoorwaardekorting van 70% die door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is opgelegd over het jaar 2019. De minister had de basis- en vergroeningsbetaling vastgesteld op €14.328,06, maar deze met de korting verlaagd naar €4.298,42, waarna €10.029,64 werd teruggevorderd.
Het College had eerder geoordeeld dat de minister in beginsel mocht uitgaan van de rechtmatigheid van de korting, maar dat nader onderzoek nodig was naar de grondslag van het kortingspercentage. In het bestreden besluit heeft de minister alsnog toegelicht op welke randvoorwaardenterreinen de kortingen zijn gebaseerd en hoe het kortingspercentage van 70% volgens de geldende EU-verordeningen is berekend.
Het College oordeelt dat er geen sprake is van een evident onrechtmatige korting en dat de landbouwer zijn bezwaren had moeten indienen via een bezwaarschrift tegen de randvoorwaardenkorting zelf. De minister mocht daarom de betaling verlagen en het bedrag terugvorderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de landbouwer tegen de randvoorwaardekorting wordt ongegrond verklaard en de minister mag de korting toepassen en het bedrag terugvorderen.