ECLI:NL:CBB:2023:546
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing investeringssubsidie duurzame energie wegens niet-installatie door bouwinstallatiebedrijf
De minister heeft de aanvraag van een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor een warmtepomp afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de warmtepomp door een bouwinstallatiebedrijf moet zijn geïnstalleerd. De aanvrager had de warmtepomp laten installeren door haar zoon, die geen erkend bouwinstallatiebedrijf vertegenwoordigt.
De aanvrager voerde aan dat het vereiste van installatie door een bouwinstallatiebedrijf in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat de mono-block warmtepomp eenvoudig en deskundig door haar zoon was geïnstalleerd. Tevens deed zij een beroep op het vertrouwensbeginsel, stellende dat eerdere subsidies en telefonische bevestigingen zouden impliceren dat installatie in eigen kring was toegestaan.
Het College oordeelt dat het vereiste van installatie door een bouwinstallatiebedrijf duidelijk en dwingend is voorgeschreven in de Regeling en dat de minister geen ruimte heeft voor belangenafweging of toepassing van een hardheidsclausule. Het evenredigheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat het vereiste de uitvoerbaarheid van de regeling dient. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen of uitlatingen zijn aangetoond die dit rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor de warmtepomp wordt afgewezen omdat deze niet is geïnstalleerd door een erkend bouwinstallatiebedrijf.