ECLI:NL:CBB:2024:208
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- T. Pavićević
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid en kostengeoriënteerdheid van tarieven Schiphol 2022-2024
De zaak betreft het bestreden besluit van de ACM waarbij aanvragen van KLM, IATA en easyJet zijn afgewezen om vast te stellen dat de tarieven en voorwaarden van Schiphol voor de periode 2022-2024 in strijd zijn met de Wet luchtvaart. De kern van het geschil betreft de verrekening van coronaverliezen over 2020 en de redelijkheid van de aanzienlijke tariefstijgingen.
Het College oordeelt dat de ACM terecht heeft vastgesteld dat de tarieven niet onredelijk zijn, mede op basis van een benchmarkonderzoek waarin Schiphol niet als buitensporig duur naar voren komt. De ACM hoefde geen algemeen onderzoek naar misbruik van machtspositie te verrichten, omdat het toetsingskader beperkt is tot de Wet luchtvaart. De verrekening van coronaverliezen is toegestaan binnen de wettelijke kaders en de ACM mag de omvang daarvan niet toetsen.
Verder is vastgesteld dat Schiphol haar consultatieverplichtingen heeft nageleefd en dat het toerekeningssysteem in uitzonderlijke gevallen, zoals schoonmaak en floormanagement tijdens de pandemie, buiten toepassing kon worden gelaten om kostengeoriënteerde tarieven te waarborgen. Ook de vaststelling van de WACC en de samenstelling van de peer group zijn in overeenstemming met de regelgeving. De beroepen worden ongegrond verklaard en de ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen van KLM, IATA en easyJet worden ongegrond verklaard; de tarieven en voorwaarden van Schiphol zijn redelijk en kostengeoriënteerd.