ECLI:NL:CBB:2024:398
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt toepassing lager staatssteunplafond voor visserij- en aquacultuursector
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken en Klimaat betreffende subsidies op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor verschillende kwartalen in 2021. De kern van het geschil betreft de vraag of de onderneming actief is in de visserij- en aquacultuursector, waardoor een lager staatssteunplafond geldt.
De onderneming stelt dat zij hoofdzakelijk detailhandel drijft en dat haar activiteiten plaatsvinden ná de fase van het eindproduct, waardoor het lagere staatssteunplafond niet van toepassing zou zijn. Zij voert aan dat slechts een klein deel van haar activiteiten onder verwerking en afzet valt en beroept zich daarnaast op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De minister betoogt dat de onderneming vis bewerkt en levert aan zowel particulieren als horeca en schepen, waardoor zij actief is in de visserij- en aquacultuursector. Het College bevestigt dit standpunt en verwijst naar eerdere uitspraken waarin soortgelijke activiteiten als verwerking en afzet zijn aangemerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat de onderneming onvoldoende onderbouwing levert en omdat staatssteunregels prevaleren.
Het College verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister het lagere staatssteunplafond terecht heeft toegepast. De beslissing is gedaan door mr. M.P. Glerum op 18 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en het lagere staatssteunplafond wordt bevestigd.