ECLI:NL:CBB:2024:27
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M. van Duuren
- H. van den Heuvel
- C.T. Aalbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling staatssteunplafond voor onderneming in visserij- en aquacultuursector bij TVL-subsidie
De onderneming, actief in de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, diende aanvragen in voor subsidie op grond van de TVL voor Q3 en Q4 van 2021. De minister wees de aanvraag voor Q3 af omdat het staatssteunplafond van € 270.000,- was bereikt en stelde de subsidie voor Q4 vast op € 75.000,-. De onderneming betwistte dat zij onder de visserij- en aquacultuursector valt en dat het staatssteunplafond van toepassing is.
Het College stelde vast dat de activiteiten van de onderneming bestaan uit inkoop, verwerking, verpakking, koeling en distributie van visserijproducten, zonder zelf vis te vangen of te kweken. Volgens het College bepaalt de Europese regelgeving dat ondernemingen die zich bezighouden met productie, verwerking of afzet van visserijproducten onder de sector vallen, ook als zij niet alle activiteiten uitvoeren. Dit wordt ondersteund door een arrest van het Hof van Justitie van de EU dat verwerking van visserijproducten tot de sector rekent.
De onderneming voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, maar het College verwierp deze gronden omdat geen toezeggingen waren gedaan en er geen sprake was van gelijke gevallen. Hoewel het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat de uitkomst niet anders zou zijn geweest. Het College verklaarde de beroepen ongegrond, veroordeelde de minister in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De beroepen van de onderneming worden ongegrond verklaard en de minister heeft terecht het staatssteunplafond voor de visserij- en aquacultuursector toegepast.